Ga naar de website van IRIS

Organisatie

De organisatie van ons onderwijs

De leerkrachten
De meeste collega’s hebben een taak als groepsleraar. Ze zijn de hele dag druk met de klas.
Er zijn andere leerkrachten die speciaal helpen bij de ‘zorg voor kinderen’ of die naast de lesgevende taak in
de groep nog bijzondere andere schooltaken verrichten. Zo hebben de directeur en de adjunct-directeur taakrealisatie om directietaken te doen. De bovenbouwcoördinator en de onderbouwcoördinator leiden de bouwvergaderingen binnen onze school. Een andere collega heeft b.v. wat ruimte binnen zijn/haar weektaak om het ICT (Informatie- en Communicatietechnologie) gebeuren te coördineren en te stimuleren.

Vervanging
Bij afwezigheid van een leerkracht is de directeur verantwoordelijk voor de vervanging
Hij/zij zal ernaar streven om de vervanging door het eigen personeel te laten plaats vinden, om zodoende de continuïteit van het onderwijs zoveel mogelijk te waarborgen. Als er geen eigen personeel beschikbaar is, wordt een beroep gedaan op invallers. Omdat meer scholen een beroep doen op dezelfde invallers zal er zo nu en dan geïmproviseerd moeten worden. Bij een melding van afwezigheid wordt eerst een inschatting gemaakt van de termijn van afwezigheid. De directeur komt dan tot de volgende maatregelen:

Wanneer men met een duo-collega werkt, wordt deze gevraagd; lukt dat niet, dan worden “invalkrachten” gebeld; als ook dat niet leidt tot een oplossing dan worden personeelsleden gevraagd hun ADV-dag te verzilveren, of een extra dag te werken; als er stagiaires op school zijn wordt aan hen gevraagd om een groep (onder verantwoordelijkheid van hun mentor) waar te nemen;
Als het niet lukt op deze wijze vervanging te regelen, dan treedt de NOODPROCEDURE in werking.
Dit houdt in:
A. Kinderen intern opvangen
B. Naar huis sturen
Ad A: “intern opvangen”
• Het intern opvangen van leerlingen gebeurt door de IB-er en RT-er.
• Als de aantallen het redelijkerwijs mogelijk maken worden, in laatste instantie, leerlingen over andere groepen verdeeld of worden groepen samengevoegd;
• Intern opvangen zal alleen de eerste dag gebeuren. Diezelfde dag gaat er een brief mee naar huis waarin
gemeld wordt of- en op welke wijze er de volgende dag(en) les kan worden gegeven aan de betreffende leerlingen;
• Als er vervanging in de bovenbouw nodig is, kan het gebeuren dat er intern met leerkrachten geschoven wordt. Dit omdat het dikwijls moeilijk is een ervaren vervanger voor de bovenbouw te vinden. We vallen dan terug op de ervaring van de eigen leerkrachten uit de onderbouw Dit gebeurt voor maximaal 1 week volgens een door de school opgesteld schema.
Ad B: “naar huis sturen”
• Als intern opvangen niet lukt, proberen we de ouders tijdig in te lichten;
• Een groep heeft maximaal 2 dagen lesvrij, daarna is een andere groep aan de beurt (bijv. de naast hogere/ lagere groep);
• Zodra de noodprocedure in werking treedt, worden bestuur en inspectie ingelicht;
• Als leerlingen van groep 3 t/ m 8 lesvrij zijn, krijgen zij een huiswerkpakket mee naar huis. Dit kan alleen gebeuren als het ruim van te voren (minimaal 1 dagdeel) bekend is.

Korter werken: de senioren regeling (Bapo)
Sinds 1998 werkt het onderwijs met een werkweek van 36 uur. Oudere leerkrachten kunnen gebruik maken van de “BAPO” een zgn. seniorenregeling. Zij maken dan minder dan 36 uren per week en worden vervangen. Op dit moment maken op de Willem van Oranjeschool drie personen gebruik van deze regeling.

Personele Mobiliteit
Vrijheid is voor mensen zeer waardevol. Ieder bepaalt graag zelf wat voor hem/haar een goede werkplek is.
Schoolvereniging IRIS met haar 14 scholen en ruim 200 personeelsleden zoekt naar kansen om de beste werkplek voor het personeel te vinden.
Als vereniging bieden we het personeel jaarlijks een kans om van school te veranderen. Dit heet personele mobiliteit. Een leerkracht gaat dan op een andere school werken. We zien deze mobiliteit als een kans om je te verrijken in kennis en vaardigheden.
Jaarlijks inventariseren we de personele mobiliteitswensen. Vervolgens wordt geprobeerd de gewenste veranderingen tot stand te brengen. Pas na de afwegingen voor mobiliteit (in mei) kunnen scholen hun eigen groepsverdeling voor het nieuwe cursusjaar invullen.